Jesse werkt bij de luchtmacht:

 “In Afghanistan hebben we een record gezet voor het vervoeren van de meeste mensen ooit!”

 “In Afghanistan hebben we een record gezet voor het vervoeren van de meeste mensen ooit!”

In 2002 werd de nu 28-jarige Jesse uit Well door zijn ouders meegenomen naar de Luchtmachtdagen. Sindsdien heeft hij geen enkele open dag gemist. Op zijn 18e begon Jesse aan zijn militaire opleiding op de Koninklijke Militaire School Luchtmacht. Jesse: “Defensie zit in mijn DNA.”

Jesse, wiens achternaam uit veiligheidsoverwegingen niet wordt genoemd, is loadmaster. Als loadmaster vlieg je mee als bemanningslid en ben je onder andere verantwoordelijk voor het beladen en ontladen van het vliegtuig. Hij voert bijvoorbeeld veel balansberekeningen uit. “Ik ben eigenlijk verantwoordelijk voor alles wat er achter de piloten gebeurt.”

Het vliegtuig waar Jesse mee werkt is een C-130 transportvliegtuig, met als bijnaam Hercules. Het wordt gebruikt om mensen, voertuigen en vracht te vervoeren. Het toestel kan ook ingezet worden als vliegend ziekenhuis. “Dan bouwen we brancards en apparatuur in. Dit deden we bijvoorbeeld toen de coronacrisis net begon.”

Plotselinge telefoontjes
“Op Australië, Antarctica en het grootste deel van Zuid-Amerika na heb ik heel de wereld wel gezien,” vertelt Jesse. “De missies kunnen erg verschillend zijn. We worden niet altijd uitgezonden naar oorlogsgebieden. In 2017 was er bijvoorbeeld een grote orkaan op Sint Maarten. Toen hebben we daar veel mensen geëvacueerd. KLM kon niet landen, omdat alles kapot was. Wij kunnen er toch komen als er rotzooi op de baan ligt of als er ’s nachts geen verlichting is.”

De missies staan vaak niet van tevoren gepland. “We hebben een soort wachtrooster, maar als er echt stront aan de knikker is, worden de meesten van ons wel gebeld met de vraag of ze gelijk naar het werk kunnen komen. Stel dat er nu in Afrika een stad overrompeld wordt waar vervolgens dertig Nederlandse studenten gevangen zitten. Dan verwacht ik een telefoontje. Je zegt dan niet: ‘ik ga vanavond uit eten’. Je mag wel zeggen dat je niet kan, maar je wil er ook bij zijn. Iedereen voelt aan dat zo’n missie prioriteit heeft.”

Wanneer er geen missie loopt, werkt Jesse gewoon van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00. “Dan doen we bijvoorbeeld voorbereidend werk op kantoor, maken we oefenvluchten, houden we basisvaardigheden bij zoals schieten en sporten of krijgen we lessen over zaken als brandveiligheid. Er worden veelzijdige lessen aangeboden.”

Familie op één
Jesse houdt er rekening mee dat zijn plannen altijd afgezegd kunnen worden. “Ik doe het werk nog steeds graag, maar soms is het wel balen. Ik heb wel eens gehad dat ik net mijn auto bij mijn vriendin parkeerde na een missie in Irak en gelijk gebeld werd met de vraag of ik de volgende ochtend weer weg kon. Ik liep met mijn telefoon in mijn hand bij haar binnen. Dat zijn lullige momenten. Gelukkig gebeurt dat maar één keer per twee jaar.”

Een ander moment waar ik van baalde, is toen ik de jubileumbruiloft van mijn opa en oma miste. Ik was op missie in Irak en zou eigenlijk op tijd thuis zijn, maar door een zandstorm liep de missie twee dagen vertraging op. Toen ik thuiskwam waren ze net alles aan het opruimen. Het is vaak lastig om zulk nieuws aan het thuisfront te vertellen, ook al weten ze dat het niet aan jou ligt.”

Voor Jesse gaat het werk niet voor zijn familie. “De geschiedenis leert ons dat degene die het werk altijd op één zetten, op een gegeven moment problemen krijgen thuis. Je moet dan zelf aan de bel trekken. De baas kan niet zien dat het bij jou thuis even niet goed gaat. Als mijn vriendin zou willen dat ik thuisblijf, zou ik nee zeggen tegen een missie.”

Ieder mensenleven telt
Voor zijn eerste missie moest Jesse de slachtoffers van de MH17-ramp in Oekraïne terughalen. “Ik kwam net van de opleiding. Zo’n missie hakt er dan wel in. Missies waarbij mensen zijn overleden zijn altijd heftig. We hadden de kisten vervoerd. Honderden familieleden vielen ons huilend in de armen om ons te bedanken. Daar word je heel klein van.”

Afgelopen zomer was Jesse bij de evacuaties op het vliegveld van Kabul in Afghanistan. Ook dat was een heftige missie. “Ik heb toen twee weken amper geslapen. De dreiging was hoog en de sfeer grimmig. Je weet dat ieder mens dat je aan boord trekt en in een hoekje van het vliegtuig kan proppen, een extra mensenleven is dat de goede kant op gaat. Alle spullen in het vliegtuig die we niet nodig hadden lieten we achter. We hebben een record gezet voor het vervoeren van de meeste mensen ooit in een vliegtuig van ons. Bij een normale operatie kunnen er 92 mee, toen hadden we er 187. Iedereen zat opgepropt, kinderen zaten bij hun ouders op schoot. Veel mensen waren er slecht aan toe, vooral door uitdroging. Sommigen waren zelfs gewond.”

“Tijdens onze laatste avond in Kabul was er een bomaanslag. Er waren doden gevallen en de situatie liep uit de hand. We moesten nog één keer naar het vliegveld om de laatste Nederlanders op te halen. Normaal zie je altijd wel wat bedrijvigheid, maar nu was het doodstil. Iedereen zat verstopt. Het leek wel een film. Als je bezig bent met zo’n missie, word je gedreven door adrenaline. Je zult dan niet het gevoel krijgen dat je niet verder kan. Maar na de eerste mogelijkheid die ik had om in slaap te vallen, leek het wel of ik een jaar had geslapen.”

Rocksterrenbestaan
Nu Jesse ouder wordt, twijfelt hij soms of hij dit werk nog wel wil doen. “Het is ontzettend mooi werk. Zeker als je jong bent. Alles is dan nieuw en je krijgt veel betaald. De missies zijn heftig, maar het kwam ook wel eens voor dat we na een missie in Afrika een tussenstop hadden op Mallorca. Dan gooide je je tas de hotelkamer in, ging je douchen en gelijk de taxi in om heel de avond op de barstrip te staan. Je voelde je dan net een rockster.”

“Op een gegeven moment sta je er niet meer zo van te kijken als je onverwachts op een Italiaans terras belandt. Je wordt serieuzer en gaat wat beter op de centen letten. Misschien wil ik een keer kinderen. Dan wil ik niet iedere maand van huis moeten. Dit werk is een avontuur dat ik nu nog steeds wil. Het unieke eraan en de kameraadschap zijn de motivatie om door te gaan, maar ik denk niet dat ik dit tot mijn 67e blijf doen.”

Naar het overzicht

Juul ten Haaf

Over de schrijver

Juul ten Haaf

Juul ten Haaf uit Beers studeert journalistiek aan de Fontys in Tilburg. Ze is nieuwsgierig en heeft een passie voor schrijven en interviewen. Het liefst houdt ze zich bezig met maatschappelijke thema’s en human interest verhalen. Ze vindt het erg mooi dat ze door de journalistiek de kans krijgt om mensen met een bijzonder verhaal te leren kennen en probeert die verhalen altijd zo goed mogelijk op te schrijven. Leuk om te vermelden, Juul liep in 2013 al een weekje 'snuffelstage' bij Topic magazine!!

Lees meer

© 2022  |  RvB Media - Topic Magazines  |  Privacyverklaring